Hobby of bedrijfsmatig, twintig pups of vier nesten, hoe zit het nu eigenlijk precies?.

Als voormalig secretaris/vicevoorzitter van de Nederlandse Chihuahua Club kreeg ik regelmatig vragen van fokkerleden over hoeveel pups je eigenlijk mag fokken voordat je “problemen” krijgt, waarbij de definitie voor “problemen” nogal verschilt per vraagsteller. De ene persoon doelt op de belastingdienst, een andere wellicht weer op de Algemene Inspectie Dienst (AID). Er is ongelooflijk veel onduidelijkheid over dit onderwerp en er doen nogal wat verhalen de ronde die niet of niet geheel juist zijn.

De stelling "Als je meer dan 20 pups fokt geeft de Raad van Beheer dit door aan de belastingdienst" is een veel gehoorde opmerking in dit verband.

Ook denken mensen vaak dat “het Honden en Kattenbesluit” niet meer van kracht is. Verder kennen veel mensen wel de regel "20 pups of 4 nesten" maar niemand weet er eigenlijk het fijne van. Bijv. : wat is nu het criterium, 20 pups of 4 nesten? Zoals wij allen weten geeft de chihuahua kleine nesten en als chihuahuafokker kom je met 4 nesten dan ook meestal niet aan 20 pups.

Hoog tijd dus om deze materie eens te belichten. Allereerst lijkt het me goed om de stelling “Als je meer fokt dan 20 pups dan geeft de Raad van Beheer dit door aan de belastingdienst” naar het land der fabelen te verwijzen. Ik heb deze stelling voorgelegd aan de jurist van de Raad van Beheer, en ik kreeg van haar het volgende antwoord:

“In principe geeft de Raad van Beheer geen gegevens door aan de Belastingdienst. Dat is eigenlijk alleen anders als de Belastingdienst bezig is met een gerechtelijk onderzoek en informatie opeist. Dan is de Raad van Beheer verplicht gegevens te verstrekken”

Voor wat betreft het Honden- en Kattenbesluit (HKB), deze is nog steeds van kracht. Er wordt wel gewerkt aan een vervanger ervan, maar zolang die er nog niet is, geldt het HKB 1999. De verwarring hierover komt misschien omdat het HKB 1981 in 1999 is vervangen door het HKB 1999.

Het HKB 1999 zegt over het fokken en of verkopen van honden o.a. het volgende:

Artikel 2

1.Het is verboden honden of katten te verkopen, ten verkoop in voorraad te hebben, af te leveren of in bewaring te nemen, of te fokken ten behoeve van de verkoop of aflevering van de nakomelingen, tenzij daarbij wordt voldaan aan dit besluit.

2.Het eerste lid is niet van toepassing indien degene onder wiens verantwoordelijkheid de in het eerste lid bedoelde activiteiten worden verricht, aannemelijk maakt dat er bij de uitoefening van die activiteiten geen sprake is van bedrijfsmatig handelen.

In de Nota Van Toelichting van het HKB 1999 wordt het e.e.a. nog eens uitvoerig belicht:

“Dit besluit is uitsluitend van toepassing op degenen die bedrijfsmatig honden en katten verkopen, afleveren, in bewaring nemen of ten behoeve van verkoop of aflevering fokken (artikel 2, eerste en tweede lid). Om niet onder de werking van dit besluit te vallen zal betrokkene aannemelijk dienen te maken dat niet bedrijfsmatig wordt gehandeld (artikel 2, tweede lid). Het begrip «bedrijfsmatig» staat voor het in zekere omvang en anders dan incidenteel uitoefenen van activiteiten, ook indien dat geschiedt zonder winstoogmerk. Indien genoemde activiteiten worden verricht uit overwegingen van liefhebberij of dierenbescherming kunnen deze derhalve ook onder de werking van dit besluit vallen”.

Dus ook als u kunt aantonen dat u niet op winst uit bent kunt u dus toch gekwalificeerd worden onder de noemer bedrijfsmatig als u een bepaald (te groot) aantal honden per jaar fokt/verkoopt.

Welke aantallen hebben we het nu eigenlijk over?

Nu, dan komen we toch toe aan het behandelen van de vaak genoemde aantallen van 4 nesten of 20 pups.

Voor wat betreft de veelgestelde vraag “Wat telt nu het zwaarst, 4 nesten of 20 pups?” zijn de meningen niet helemaal eenduidig en dat geeft al aan dat het hier een moeilijke materie betreft.

De jurist van de Raad van Beheer stelt desgevraagd :

“Afhankelijk van welke grens het eerste gehaald wordt, dan geldt die grens. Bij chihuahua's zal de grens veelal bij 4 nesten liggen, omdat die per nest weinig pups krijgen.”

De controleur-specialist van de AID heeft hierop op mijn verzoek het HKB 1999 nog eens uitgeplozen en hij komt

tot een andere conclusie: volgens hem is het aantal pups bepalend en niet het aantal nesten maar moeten beide

getallen niet als statische vaststaande getallen worden gezien. In de Nota van Toelichting staat hierover het

volgende:

In dit besluit wordt, gelijk aan het Honden- en Kattenbesluit 1981, geen getalsmatige scheidslijn aangegeven tussen bedrijfsmatige (handels-) activiteiten en niet-bedrijfsmatige activiteiten. Om de navolgende redenen is daarvoor gekozen. «Bedrijfsmatig» activiteiten verrichten betreft geen statische situatie. Zo zullen bedrijfsmatige (handels)activiteiten niet voortdurend met dezelfde frequentie of intensiteit plaatsvinden. Een drukke periode, waarin bijvoorbeeld veel honden of katten in een inrichting aanwezig zijn en worden afgeleverd, zal kunnen worden afgewisseld met een periode waarin nauwelijks dieren aanwezig zijn en nauwelijks – of helemaal geen – dieren worden afgeleverd. Toch ligt het niet in de rede om de aflevering van een hond of kat in laatstbedoelde periode aan te duiden als een niet-bedrijfsmatige activiteit. Een getalsmatige concretisering van het begrip bedrijfsmatig zou dat echter wel tot gevolg kunnen hebben. Naast de controle van aangemelde inrichtingen, betreft de controle op de naleving van dit besluit mede de opsporing van (illegale) bedrijfsmatige (handels)activiteiten met honden en katten in niet aangemelde inrichtingen. Een getalsmatige concretisering van het begrip «bedrijfsmatig » zou bij opsporing van die illegale activiteiten de opsporingsambtenaren belasten met een extra bewijslast en betrokkenen een extra handvat bieden om de onderhavige regelgeving te ontduiken; bijvoorbeeld door het – kunstmatig – opsplitsen van activiteiten over verschillende locaties. Het voorgaande neemt niet weg dat het van belang is om een richtsnoer te kunnen hanteren dat in beginsel aangeeft wanneer het aannemelijk is dat er sprake is van bedrijfsmatige activiteiten in de zin van dit besluit. Dit is met name van belang voor degenen die uitsluitend uit liefhebberij, bijvoorbeeld ter verbetering van het ras, honden of katten fokken en daarbij niet bedrijfsmatig willen handelen.

In het kader van de controle op dit besluit wordt als richtsnoer genomen dat er sprake is van bedrijfsmatige activiteit, indien per aaneengesloten periode van 12 maanden in totaal meer dan 20 honden of katten worden verkocht, afgeleverd of in bewaring worden genomen. Bij een dergelijke hoeveelheid dieren is het onaannemelijk dat het een incidentele activiteit betreft. Met betrekking tot het fokken ten behoeve van verkoop of aflevering wordt eveneens van genoemd aantal uitgegaan. Voorzover het honden betreft zal dit neerkomen op het produceren van circa 4 nesten (circa 20 pups) binnen 12 maanden.

Bovenstaande onderstreepte passage houdt volgens de controleur-specialist van de AID in dat het getal van 20 pups per jaar bepalend is en niet het getal van 4 nesten omdat het aantal nesten per hondenras nu eenmaal sterk verschilt. Bij de chihuahua komt het aantal van 20 pups namelijk meestal niet neer op 4 nesten maar op 5 , 6 of zelfs 7 of meer nesten. Voor wat betreft de genoemde periode van een jaar; we hebben het dan niet over een kalenderjaar maar steeds over een periode van 12 maanden!

Ook kreeg ik van hem het volgende nog mee:

“In de toelichting staat niet voor niets dat de aantallen van 4 nesten of 20 pups een richtsnoer is. Als het

een geval betreft waarbij keurig ieder jaar het aantal pups net beneden de 20 blijft maar waarbij telkens

noch de teef noch de reu aanwezig is en uit alles blijkt dat het hier om handel gaat, wellicht uit de

Oostbloklanden of iets dergelijks dan geeft het feit dat het hier om een richtsnoer gaat, de AID de

mogelijkheid om de activiteiten eerder te kwalificeren als bedrijfsmatig en hierop het HKB 1999 toe te

passen. Als tweede voorbeeld, wanneer een fokker jaarlijks 5,6 of 7 nestjes Chihuahua's fokt, met een

totaal aantal van maximaal 20 pups kan deze WEL onder de noemer bedrijfsmatig vallen. Dit omdat er hier

mogelijk geen sprake is van het incidenteel uitoefenen van activiteiten”.

Met andere woorden, 6 a 7 nesten per jaar is niet meer incidenteel te noemen! Dit alles klinkt af en toe nogal tegenstrijdig en dat maakt het er natuurlijk niet gemakkelijker op.

Hieruit blijkt in ieder geval dat de getallen niet statisch zijn maar als leidraad (het HKB 1999 spreekt dus van richtsnoer) worden gebruikt door de AID.

Als laatste wil ik u nog een ander citaat meegeven van de specialist-inspecteur van de AID over dit onderwerp :

“Als u keurig en aantoonbaar hobbymatig bezig bent, u fokt bijv. om het ras te verbeteren, een nieuwe bloedlijn op te zetten en om te showen, dan is het echt niet erg als u eens een keer, dus incidenteel, 21 of zelfs 22 pups fokt in een jaar. Daar komen we dan samen wel uit. Zoek echter niet de grenzen op door ieder jaar 6 a 7 nesten te fokken omdat u beslist die 20 pups wilt fokken”.

Als u e.e.a. nog eens uitgebreid wilt nalezen dan kunt u het HKB 1999 en de nota van toelichting vinden onder de volgende link:

http://www.ombudsmandieren.nl/documenten/hkb.pdf

Eventuele reacties graag per e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.